Worden de bossen langzaam diverser? In welke mate is de eentonigheid van de Kempense naaldhoutaanplantingen doorbroken? Komt er meer inheems loofhout voor dan voorheen? Hoeveel dood hout ligt er eigenlijk in het bos in Vlaanderen?
Het zijn vragen waar we momenteel eigenlijk geen goed antwoord op kunnen geven. Nochtans is dergelijke informatie nodig en nuttig als ondersteuning van het natuur- en bosbeleid in Vlaanderen. Vandaar dat het Agentschap voor Natuur en Bos in 2009 met een nieuwe meetcampagne, een nieuwe bosinventarisatie, is gestart. Omdat meten weten is.
Moeten we om te weten te komen wat er in onze bossen staat alle bomen en planten opmeten? Neen, gelukkig niet! Een goed uitgekiende steekproef volstaat. Daartoe moeten we een voldoende aantal metingen uitvoeren, evenwichtig verspreid over het Vlaamse boslandschap.
Een netwerk van meetpunten, gelegen op een raster van 1km x 0.5km geeft een strakke, symmetrische vorm aan het meetnet van de bosinventarisatie. Zo zijn er 26.730 punten waarvan we controleren of deze in bos liggen of niet. Tijdens de eerste gewestelijke bosinventarisatie zijn er zo 3281 proefvlakken bezocht en opgemeten. Dit gebeurde in één keer en nam drie jaar in beslag. Deze keer zullen we continu meten. Elk jaar bezoeken we 10% van de meetpunten.
Een meetploeg bezoekt elk rasterpunt dat in bos valt minstens tweemaal. Een eerste keer in de zomermaanden voor de inventarisatie van de kruiden en struiken, een tweede keer voor het opmeten van de bomen en struiken. Dit gebeurt in de wintermaanden omdat anders het loof het zicht te veel hindert om nauwkeurige hoogtemetingen te doen. De laatste grote bosinventarisatie gebeurde tien jaar geleden. Tijd dus om een tweede gewestelijke bosinventarisatie te doen. Actueel bezoeken de meetploegen van de Cel Beheerplanning en Monitoring weer duizenden bossen en bosjes om de gedetailleerde metingen uit te voeren. Deze metingen zullen ons opnieuw vertellen wat er in onze bossen voorkomt.